Hoofdstuk 2

Na het bezoek van deze, toch wel eigenaardige man, met het even eigenaardig verzoek, was Dante de kwestie langzaam aan het vergeten. Wel had hij de Burgermeester nog op het matje geroepen en hem op het hart gedrukt dat, als hij in de toekomst nog enige steun van de familie zou willen ontvangen, hij het niet in zijn hoofd moest halen zich met dit soort individuen te associëren.

Gek genoeg was diens reactie niet wat Dante gewend was van deze buitengewoon ambitieuze man. Normaal gesproken hoefde Dante slechts de hoogte aan te geven van de sprong die de Burgemeester moest maken, maar dit keer leek het hem weinig uit te maken — sprong, hoogte of gevolg.

De burgemeester gaf aan dat hij geen keuze had, en dat de toekomst uiteindelijk afhing van het feit of je het mee ging maken, of niet.

Er was een maand verstreken en Dante had zich volledig gestort op een project in het zuiden van Chili. Hij was betrokken als medefinancier bij een grootschalig ontwikkeling in de straat van Magellaan.

Het project, in San Gregorio, ongeveer honderdtwintig kilometer ten noordoosten van Punta Arenas, in de uitgestrekte regio Magallanes, omvatte onder meer een windpark, een elektrolyse-installatie, een verwerkingsfaciliteit voor synthetische brandstoffen zoals methanol en ammoniak, een ontziltingsinstallatie op basis van omgekeerde osmose en een multifunctionele haveninfrastructuur inclusief pijpleidingen en laadstations voor schepen en vrachtwagens.

Hij was het onderhoud met Robert de Canté al bijna vergeten, tot hij opnieuw door de burgemeester werd benaderd.

Hij was op dat moment op werkbezoek in Santiago de Chile,  waar hij samen met andere investeerders lobbyde bij enkele hooggeplaatste politici om de weerstand weg te nemen die was ontstaan aan de linkse kant van het politieke spectrum, weerstand tegen de overwegend buitenlandse investeerders.

Er werd een consortium voorgesteld waarin enkele Chileense bedrijven als front zouden optreden, om zo het nationale karakter van het project te waarborgen. Tijdens een van de vele vergaderingen ontving hij een bericht van zijn secretaris dat de burgemeester met grote spoed naar hem op zoek was.

Dante werd volledig in beslag genomen door de uiterst gecompliceerde machtsverhoudingen van de Chileense politiek en had het bericht gelaten voor wat het was.

‘s Avonds, tijdens een diner met de voornaamste vertegenwoordigers van verschillende bedrijven, werd hij gebeld. Hij herkende het nummer niet direct. Nauwelijks had hij de oproep weggedrukt, of de telefoon ging opnieuw. Licht geïrriteerd nam hij op en vroeg kortaf wie hij aan de lijn had.

Het bleek de burgemeester zelf te zijn, iemand die zijn nummer wel had, maar heel goed wist dat hij hem nooit rechtstreeks mocht bellen en contact altijd via zijn secretaris moest laten lopen.

Dit gaf Dante een onheilspellend gevoel.

‘Heer Ellis,’ begon de burgemeester, overdreven en ongewoon beleefd, ‘het spijt mij vreselijk dat ik u stoor, en u weet dat ik dat niet zou doen als het niet onoverkomelijk was.’

Dante onderbrak hem vrijwel direct, de combinatie van die zalvende, zeikerige stem en het moment van het telefoontje veroorzaakte een lichte kortsluiting in zijn hoofd.

‘Ik ben druk, ik heb nu geen tijd,’ zei hij, en hing op.

Tot zijn verbazing ging de telefoon meteen weer over.

Hij zat aan tafel met de invloedrijkste ondernemers van Europa en Zuid-Amerika en kon zich niet veroorloven tijdens dit afsluitende onderhoud zijn geduld te verliezen over een ongewenst telefoontje. Daarom zette hij zijn telefoon uit en richtte zich op de gesprekken die gaande waren aan tafel.

Het vermeende belang van het bericht van de burgemeester hield hem meer bezig dan hij wilde, en met moeite bracht hij zijn aandacht terug naar het moment.

Een van zijn gesprekspartners aan tafel was Victor Oblonsky, de CEO van het Oostenrijkse bedrijf AustriaEnergy. Hij kende hem nog uit zijn tijd in Zwitserland.

Zijn ouders hadden het destijds een goed idee gevonden hem naar een zeer elitaire kostschool te sturen. In eerste instantie was hij het daar absoluut niet mee eens geweest; hij werd gek van het gemis van zijn familie en het eiland. Toch had hij uiteindelijk zijn draai weten te vinden op het Instituut Le Rosey, waar hij onder meer goed bevriend raakte met Victor.

Victor was een Duits staatsburger, zoon van ouders die gevlucht waren uit het toen nog communistische Rusland, of beter gezegd: de USSR. Na hun schooltijd waren Victor en hij elkaar nog regelmatig tegengekomen op feesten en tijdens zakelijke of vriendschappelijke bijeenkomsten, maar de laatste jaren was het contact aanzienlijk minder geworden. Dante was dan ook oprecht verheugd toen Victor hem had gepolst om te investeren in dit veelbelovende project.

Victor had hem benaderd omdat dat zijn vriend altijd al veel interesse had getoond in milieuvraagstukken en verduurzaming — en natuurlijk speelde de puissante rijkdom van Dante ook een rol. De aandacht die dat vermogen met zich meebracht, was Dante inmiddels wel gewend.

Binnen vriendschappen maakte hij zich daar zelden druk om. Als de persoon interessant was en een zakelijk voorstel de moeite waard, dan maakte hij zich geen illusies over verborgen bedoelingen. In dit geval was het dubbel aantrekkelijk:  Victor was daadwerkelijk een goede vriend en het voorstel meer dan de moeite waard.

Aan tafel had Victor, die naast hem zat, hem net toevertrouwd dat hij was benaderd door een politiek functionaris die iets minder sociaal bleek dan hij zich had voorgedaan. De man speelde een belangrijke rol in de besluitvorming en had onverwacht een exorbitante eis bij Victor persoonlijk neergelegd. Dante was enigszins verrast door deze onthulling en het moment dat Victor had gekozen om hem dit nu te vertellen, maar schonk er verder geen aandacht aan.

De eis had niets te maken met het project of met de belangen van zijn land, maar betrof een persoonlijke beloning waarvan de man vond dat hij die had verdiend. Victor had zich verbaasd over het verzoek; zijn ervaringen met deze man waren tot dan toe positief geweest, en hij had niet verwacht dat juist hij corrupt bleek te zijn.

Het ging om een bedrag van één miljoen euro. Binnen het budget van dit project was dit niet eens zo’n heel groot bedrag, maar Victor vermoedde dat als hij toestemming zou geven voor de betaling, het hek van de dam zou zijn.

Bij vrijwel elk groot project, in Europa of waar dan ook ter wereld,  werd binnen het budget altijd een bedrag gereserveerd voor wat men “externe zaken”, noemde. De illusie dat corruptie alleen voorkomt in landen waar de omstandigheden ernaar zijn, houdt in de wereld van grote bedrijven geen stand. Corruptie wordt zelfs door veel internationale bedrijven in stand gehouden, eenvoudigweg omdat het minder inspanning vergt om een paar mensen om te kopen dan om de officiële procedures te volgen.

Dante had het aangehoord en gaf aan dat hij het met Victor eens was, al bleef hij het gevoel houden dat dit verhaal niet uitsluitend voor hem bedoeld was.

Als in bepaalde kringen bekend zou worden dat het bedrag was betaald, was de kans groot dat er meer verzoeken zouden volgen. Victor stelde dat ze de overheid zo snel mogelijk tot een beslissing moesten dwingen, zodat de bouw kon beginnen. Ook daarin kon Dante zich volledig vinden.

Aan de andere kant van zijn stoel zat een nog jonge man die Dante via Victor had leren kennen. Hij was de persoonlijke assistent van Victor, maar die titel dekte de lading nauwelijks. Net als Victor werkte hij voor het Oostenrijkse energieconcern en fungeerde daarnaast als diens persoonlijke probleemoplosser.

Er gingen verhalen in het rond over de aard van hun relatie, waarin werd gesuggereerd dat er ook een romantisch aspect bestond. Victor was altijd open geweest over zijn geaardheid; zijn voorkeur ging uit naar mannen. Dante wist dat, en kon zich een relatie tussen de twee goed voorstellen, ware het niet dat Bernhard, de naam van de jonge man, zo’n beetje de meest mannelijke man was die hij ooit was tegengekomen.

Bernhard was een keiharde, emotieloze ingenieur, met de werkethos van, ja, een Oostenrijker. Dante wist dat hij zich ook bezighield met de niet technische problemen van het bedrijf, en soms die van Victor persoonlijk. Terwijl Victor sprak, merkte Dante dat Bernhard aandachtig had meegeluisterd.

‘Vic,’ begon Dante, die de gewoonte had om namen af te korten, ‘ik denk dat je gelijk hebt. Kun je me iets meer vertellen over deze persoon. Ken ik hem?’

‘Ik denk het wel, hij is vrij bekend, misschien is hij wel eens op een van die befaamde feestjes van je geweest.

Victor pakte een pen en een visitekaartje uit zijn zak, schreef er een naam op en schoof het naar Dante. Dante keek naar het kaartje en kon zich nauwelijks voorstellen dat deze man degene was die door Victor van corruptie werd beschuldigd.

‘Veel hoger kan het niet. Hier kunnen we moeilijk omheen,’  reageerde Dante. ‘Wat een lul. Pretentieuze eikel. Of is het niet degene die ik denk dat het is?’

‘De enige echte,’ antwoordde Victor droog.

‘Had je al een idee hoe je dit wilt gaan aanpakken,’ vroeg Dante.

‘Wat ik al zei, we moeten zo snel mogelijk aan de slag. Hij is niet de enige die moeilijk doet, maar wel de enige van wie de reden nu duidelijk is geworden. Ik stel voor om de andere, volgens mij zijn er twee echt belangrijk, te polsen om te zien of hun beweegredenen door dezelfde motivatie is  ingegeven. Als dat zo is, kunnen we misschien om deze persoon heen werken en in ieder geval zorgen dat we het initiatief behouden.’

Dante keek hem aan, wilde iets zinnigs zeggen maar bleef in zijn hoofd hangen bij de vraag waarom Victor dit aan hem vertelde. Hij kon dit gemakkelijk zonder hem afhandelen, en zo’n groot probleem leek het hem niet. Hij kende Victor niet als iemand die iets zonder reden ter berde bracht. Voor hij zijn vriend verder hielp met dit toneelstukje, wilde hij weten wat die reden was.

Zijn aandeel in het project was, ondanks zijn aanzienlijke vermogen, in vergelijking met de energiemagnaten met wie hij nu aan tafel zat, betrekkelijk klein. Sterker nog, zijn aandeel moest nog worden bepaald, en hij had al gemerkt dat enkele van de executives zich hoorbaar afvroegen wat hij in dit geheel te betekenen had.

Victor, een van de belangrijkste figuren in de mondiale energie handel, had die twijfel snel de kop ingedrukt. Hij had aangegeven dat Dante een onmisbaar schakel kon worden in het proces, zonder in te gaan op de details van dat belang.

Dante vertrouwde zijn vriend en had zich aanvankelijk niet eens afgevraagd waarom hij, zonder echte expertise of belangen in de energiesector, dit voorstel had gekregen. Maar nu, hier aan tafel, vond hij het essentieel om daarachter te komen.

‘Waarom ben ik eigenlijk hier,’ viel hij met de deur in huis.

Victor keek hem een beetje verbaasd aan door deze onverwachte vraag.

‘Hoe bedoel je?’

‘Victor,’ zei Dante bewust zijn volledige naam gebruikend, ‘ik denk dat je wel weet wat ik bedoel. Het is nou niet bepaald zo dat ik de meest voor de hand liggende persoon ben om in zo’n enorm, specifiek technisch project jou aanspreekpunt te zijn. Geloof me, ik onderschat mijn eigen capaciteiten niet — ik kan ongetwijfeld van dienst zijn, al was het maar financieel — maar zo langzamerhand kan ik me niet voorstellen dat jij geen specifieker plan voor mij hebt bedacht.’

De blik van Victor veranderde van verbaasd naar bedachtzaam. Hij leek weer een beetje op dat jongetje waarmee hij een paar jaar in de klas had gezeten, en van wie hij destijds geen hoogte kon krijgen. Victor bleef Dante ongebruikelijk lang strak aankijken, voordat hij zijn blik afwendde.

‘Je hebt gelijk,’ zei hij uiteindelijk. ‘ik heb meer van je nodig dan je expertise en je geld. Ik kan je hier aan tafel niet alles vertellen. Laten we het hier voor nu bij laten, morgenavond leg ik je alles uit.’

Op dat moment stond een forse man op van zijn stoel en tikte met zijn mes tegen zijn glas.

‘Oh fuck, toch geen speech van dat aandachtgeile varken, mompelde Victor, geïrriteerder dan hij had willen klinken.

Hij had wel geweten dat Dante al snel zou aanvoelen dat er meer speelde.

Hij had Dante slechts ten dele de waarheid verteld; zijn genegenheid voor zijn vriend was oprecht, en ook de waardering voor diens expertise en intelligentie was echt. Zijn geld had hij niet nodig, maar om zijn voorstel te rechtvaardigen had hij er een financieel plaatje van gemaakt, waarin Dante als mede-investeerder bij het geheel werd betrokken.

De werkelijke reden, waarover tot nu toe had gezwegen, was echter van een heel andere aard.

Dante leunde achterover in zijn stoel en liet het antwoord van zijn vriend op zich in werken. De man die Victor zo plastisch had beschreven, was inderdaad een lul met vingers. Nadat hij iedereen tot tweemaal toe uitvoerig had bedankt voor hun betrokkenheid bij zijn project, hield hij eindelijk zijn mond en ging weer zitten. Er volgde een mager applaus, voornamelijk van de mensen aan zijn kant van de tafel, maar zelfs hun enthousiasme was duidelijk niet oprecht.

Dante boog zich naar Victor en vroeg wat hij voor morgenavond wilde afspreken, waarbij hij het onderwerp dat om vroeg vereiste bewust liet rusten.

‘Ik bel je morgen,’ zei Victor. ‘Vanavond heb ik nog een andere afspraak, maar ik laat het je weten.’

Hij keek langs Dante heen, naar Bernhard. ‘Kom we gaan.’

Bernhard, die tot dan toe nog geen woord had gezegd, stond op en wendde zich tot Dante. ‘

Zoals altijd was het me weer een waar genoegen u te zien. Naar alle waarschijnlijkheid zien we elkaar morgen weer, dus graag tot dan,’ zei hij formeel.

Dante keek hem maar zei niets, knikte en gaf hem een hand.

Beide mannen liepen nog even naar wat bekende in het gezelschap om hun vertrek aan te kondigen, en verlieten vervolgens het restaurant. Dante keek ze na, maar zag eigenlijk niets meer dan zijn eigen overwegingen.

Hij was nog steeds benieuwd naar wat de Burgemeester hem zo dringend had willen vertellen. Ook hij besloot het gezelschap te verlaten en stond op. Tegen de mensen die bij hem in de buurt zaten, gaf hij aan dat hij er ook vandoor ging, waarna hij naar buiten liep.

De koele Chileense avondlucht ordende zijn gedachte weer enigszins.

Hij wist dat hij Victor had overvallen met zijn vriendelijke beschuldiging. Zo belangrijk vond hij het eigenlijk niet eens. De behoefte om te weten wat zijn rol was, was vrij plotseling in zijn gedachten naar voren gekomen, al had de vraag al langer op de achtergrond gesluimerd, misschien wel vanaf het begin en onbewust overschaduwd door zijn enthousiasme om met zijn oude vriend aan een groot project te beginnen. Een ding was zeker: Victor kon hij vertrouwen.