Na een korte, verfrissende wandeling kwam hij aan bij zijn hotel. Aan de balie vroeg hij of er nog berichten voor hem waren, wat het geval bleek te zijn.
Er had een man voor hem gebeld die, behalve dat hij later zou terugbellen, geen naam of reden had opgegeven. Wel had de baliemedewerker hem het telefoonnummer gegeven waarop het gesprek was binnengekomen, wat Dante vreemd vond. Zoiets had hij nog niet eerder meegemaakt, en hij vroeg dan ook waarom het nummer überhaupt was genoteerd. De medewerker keek hem wat ongemakkelijk aan en zei dat hij van zijn chef opdracht had gekregen om de telefoonnummers te noteren van iedereen die belde voor gasten die gelinkt waren aan het H2 Magallanes-project. De jongeman leek niet bijzonder scherp en keek verontrust naar de notitie op zijn scherm.
Hij kon zo snel niet zien of er ook daadwerkelijk bijstond dat het nummer aan de gast moest worden overhandigd. Sterker nog, bij nadere inspectie bleek er juist te staan dat het niet aan de gasten mocht worden doorgegeven. Hij was wat laat binnengekomen — nog net op tijd, maar toch te laat — en had de verplichte meldingen in de haast niet goed gelezen of begrepen.
Dante keek de jongeman aan en vroeg of hij de notitie mocht zien.
Volgens mij niet meneer,’ zei de medewerker, aarzelend.
Dante raakte een beetje uit zijn doen, niet eens zozeer door dit incident, maar door de opeenstapeling van vage gebeurtenissen die hij niet kon plaatsen. En nu dit. Het begon zijn humeur te beïnvloeden. Zijn imposante verschijning, versterkt door de onbewust kille blik waarmee hij de jongeman aankeek, was genoeg om hem direct toegang te geven tot de notitie op het scherm. Hij las de notitie, die inderdaad aangaf dat de telefoonnummers moesten worden genoteerd. Er stond ook vermeld dat deze juist niet aan de gasten mochten worden doorgegeven, noch dat er melding van mocht worden gemaakt. Wat hem echter verbaasde, was dat zijn naam specifiek werd genoemd:
“Met betrekking tot alle klanten gerelateerd aan het H2 Magallanes-project, of de heer Ellis, D.E. Ellis.”
Hij was geen onderdeel van een bedrijf dat direct verbonden was met het project. Hij stond ingeschreven onder zijn eigen naam, niet als werknemer of eigenaar van een onderneming. Dit had hij wel voorgesteld aan Victor, maar die had dat niet handig geleken.
Er stond geen reden vermeld waarom de telefoonnummers moesten worden genoteerd. Dante keek op van het scherm en ontmoette de blik van de verontruste medewerker, die zijn eerdere handelswijze inmiddels duidelijk betreurde. De jongeman vermoede dat dit grote gevolgen kon hebben.
‘Kun je mij vertellen wie deze opdracht heeft gegeven.’
‘De instructies staan altijd op het scherm, zei de medewerker onsamenhangend. ‘ik moet ze doornemen voordat ik begin.’
Op dat moment hoorde Dante verderop in de lobby een liftdeur opengaan. De jongeman achter de balie keek schichtig om zich heen, waarna zijn blik zich richtte op de man die naar hen toe kwam gelopen.
‘Kan ik u helpen,’ hoorde Dante achter zich.
Hij draaide zich om en zag een goed geklede, donkergetinte man op hem aflopen.
‘Goedenavond, mijn naam is Vermeer, Tiago Vermeer, en ik ben de eigenaar van het hotel,’ zei hij, terwijl hij met een vriendelijke glimlach zijn hand uitstak. Dante keek hem kort aan voordat hij de uitgestoken hand schudde.
‘Ik heb geen idee of u mij kunt helpen,’ antwoordde hij. ‘Ik krijg net te horen dat er iemand voor mij heeft gebeld, en deze jongeman was zo vriendelijk om het nummer te noteren. Ik begreep dat dit een standaardprocedure is in uw hotel?’
De man glimlachte nog steeds, beleefd en onverstoorbaar.
‘Standaard zou ik het niet willen noemen; dat zou immers een inbreuk zijn op de privacy. Maar op verzoek van de heer Oblonsky hebben we hier een uitzondering op gemaakt. Voor zover ik begreep, zijn alle betrokkenen hiervan op de hoogte.’
‘Dat is attent van de heer Oblonsky. Heeft hij ook een reden gegeven voor deze service,’ vroeg Dante met hoorbare ironie.
‘Nee dat heeft hij niet,’ antwoordde Vermeer. ‘De heer Oblonsky heeft mij gevraagd dit te doen en, zoals ik al aangaf, was dat met toestemming van de betrokkenen.’
Dante vroeg zich af waarom Victor hem dit niet had verteld, en of de andere deelnemers hier werkelijk van op de hoogte waren. Hij kon geen logische reden bedenken waarom Victor wilde weten wie contact opnam met wie. Informatie is altijd waardevol — dat was zo’n beetje Victors lijfspreuk — maar dan wilde hij toch graag weten wat deze informatie voor waarde had. Dante begreep dat hij van deze man geen antwoord zou krijgen, althans, niet het antwoord waar hij naar op zoek was, en besloot het voorlopig te laten rusten.
‘Ik dank u vriendelijk voor uw uitleg en zal het maar zien als een extra service die uw hotel biedt; daar is het tenslotte duur genoeg voor.’
Hij keek nog even naar het nummer op het notitieblaadje, stopte het in zijn zak en wenste beide mannen een goede nacht. Dante liep naar de lift waar de eigenaar net uit was gestapt, en hoorde, vlak voordat de deur sloot, de stem van Vermeer op een heel andere toon uitvaren tegen de ongelukkige baliemedewerker. Hij vermoedde dat hij de jongeman niet meer zou terugzien. In de lift haalde hij het briefje weer uit zijn zak en keek nogmaals naar het nummer, maar herkende het niet. Wel schoot het korte, vreemde gesprek met de burgemeester opnieuw door zijn hoofd. Hij moest morgen toch maar even contact opnemen met zijn secretaris.
De dag was eigenaardig verlopen en liet hem achter met een onbestemd gevoel. Hij keek op zijn horloge: bijna elf uur. Eigenlijk nog te vroeg om de dag te beëindigen, maar na een korte, koude douche stapte hij in bed en viel als een blok in slaap.
De volgende ochtend werd hij vroeg wakker. Hij wist dat hij zijn secretaris waarschijnlijk wakker zou bellen, maar had geen zin om langer te wachten. Het tijdsverschil was twee uur; daar was het nu half vijf. Hij pakte zijn telefoon. Na enige keren overgaan werd er opgenomen en hoorde hij de onverstoorbare stem van zijn trouwste werknemer.
‘Goedemorgen, heer Ellis. Wat kan ik voor u doen?’
‘Goedemorgen, Cromwell. Excuses voor het vroege uur, maar ik wilde je vragen of jij meer weet van het telefoontje dat ik gisteren ontving van onze goede vriend, de burgemeester?’
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn.
‘Nee, niet direct,’ zei Cromwell. ‘Hij is wel langsgekomen op het landgoed, maar vertrok vrijwel meteen nadat ik had aangegeven dat u niet aanwezig was. Hij maakte een gehaaste indruk en leek nogal teleurgesteld toen ik aangaf dat u waarschijnlijk de rest van de week weg zou zijn. Hij vroeg nog wel of het goed was als hij rechtstreeks contact met u op zou nemen — wat ik hem ten zeerste heb afgeraden. Ik kon niet precies verstaan wat hij daarna mompelde, maar volgens mij had het iets te maken met onzedelijke handelingen ten aanzien van mijn moeder.’
Dante kon overal ter wereld de ingehouden, onbedoeld droge Engelse humor van zijn secretaris, waarderen, maar nu niet. Hij had graag meer informatie gehad en had weinig zin om de burgemeester zelf te bellen.
‘Cromwell, neem contact op met hem en laat me zo snel mogelijk weten wat er aan de hand is. O, en doe het nu, bel hem wakker.’
‘Dat is goed, ik zal hem bellen en u laten weten wat hij te zeggen heeft. Is er nog iets specifieks dat u wilt weten?’
‘Nee, alleen de reden waarom hij mij zo nodig wil spreken.’
Cromwell vroeg nog of hij verder iets kon betekenen, wat niet het geval was, waarna ze het gesprek beëindigden.
Dante liet de gebeurtenissen van de afgelopen avond nog eens door zijn hoofd gaan. Hij was eergisteren aangekomen. Eigenlijk was hij vanaf het begin verbaasd geweest over de situatie waarin hij zich bevond. Waarom zou hij in godsnaam geïnteresseerd zijn in de Chileense politiek, of in dit project? Hij had besloten weer eens iets nieuws te ondernemen, en dat was dit zeker. Het Ellis-consortium hield zich voornamelijk bezig met vastgoed. Op vrijwel elk continent bezat het omvangrijke stukken grond, woningcomplexen, vakantieparken, hotels, je kon het zo gek niet bedenken of Dante had wel ergens belang in. Veel van zijn werkzaamheden had hij uitbesteed aan betrouwbare mensen, en zijn dagelijkse gang van zaken was al enige tijd niet buitengewoon opwindend meer. Op de een of andere manier had het gesprek met Victor iets in hem losgemaakt dat losstond van het voorstel zelf. In de ondertoon van zijn vriend had hij spanning gehoord, of zelfs gevaar.
Nog geen tien minuten na zijn gesprek met Cromwell werd hij teruggebeld door zijn secretaris.
‘Goedemorgen Heer Ellis,’ zei hij nogal overbodig. ‘Ik heb de burgemeester gesproken.’
Hij vervolgde de zin niet, maar wachtte tot Dante zou reageren. Een eigenschap waarvan hij wist dat zijn baas die niet waardeerde, maar die hij niet kon verhelpen.
‘Ja,’ zei Dante. ‘En verder?’
‘Hij wilde u graag spreken.’
‘Zover waren we al. Waarom wilde hij mij spreken?’
‘Dat kon hij niet zeggen; hij wilde dat alleen met u bespreken. Het enige wat hij mij wilde meegeven was dat u zou weten waar het over ging. Toen ik hem erop wees dat dat juist niet het geval was, verzocht hij mij u te vragen contact met hem op te nemen.’
Dante bleef even stil. Wat zou die eikel in godsnaam van hem willen, en waarom zo geheimzinnig?
‘Kon je iets opmaken uit de manier waarop hij antwoord gaf? Was hij gehaast, zenuwachtig misschien?’ vroeg Dante.
‘Hij klonk inderdaad wat geagiteerd, meneer. Maar ik moet daarbij vermelden dat meneer de burgemeester altijd wel een beetje opgewonden klinkt. Dus om nu te zeggen dat hij een andere indruk op mij maakte, durf ik u niet te zeggen. Wel vond ik zijn haast om contact met u op te nemen ongepast, en het feit dat hij dat niet via mij deed, ongewoon.’
Dante bedankte Cromwell en hing op.
Hij twijfelde of hij direct zou bellen, maar besloot te wachten tot na het ontbijt. Hij kleedde zich verder aan en maakte aanstalten om naar het restaurant te gaan, op de bovenste verdieping van het hotel. Op dat moment ging zijn telefoon over. Hij keek op het scherm en zag een onbekend nummer. Hij had flinke trek en had nog geen zin om op dit vroege uur al geconfronteerd te worden met, wellicht, weer een nieuwe vraag. Hij weigerde de oproep. Om te voorkomen dat hij opnieuw gebeld zou worden, zette hij zijn telefoon uit en verliet de kamer richting de lift. In het restaurant aangekomen, liet hij zich door de maître naar een tafel brengen in het vrijwel lege restaurant. Hij had een prachtig uitzicht over de stad en, in de verte, de Andes.
‘Wat kan ik voor u doen?’ vroeg de maître toen hij zat. ‘ik zal direct een ober naar uw tafel sturen, maar als u alvast wat wilt bestellen, geef ik dat graag door,’ vervolgde hij, een tikkeltje overdreven, maar beleefd.
‘Graag, koffie. Een espresso en een glas water,’ zei hij, terwijl de ober inmiddels met de menukaart aan zijn tafel was gearriveerd.
‘Een espresso en een glas water voor meneer,’ zei de maître tegen de ober.
‘Misschien wil meneer al direct het ontbijt bestellen, of wilt u ons menu op uw gemak doornemen? Ik laat u achter in de goede handen van Paco,’ vervolgde hij — opnieuw een tikje overdreven, maar beleefd.
‘Nog een prettige dag meneer, en tot de volgende keer.’
Hij draaide zich van de tafel weg en liep terug naar de ingang van het restaurant. Paco keek Dante aan en vroeg of hij eerst de koffie en het water zou gaan halen, of dat meneer direct wilde bestellen?
‘Graag een uitgebreid Engels ontbijt.’ Hij had inmiddels serieus trek gekregen.
‘Wilt u daar nog iets bij drinken, buiten de koffie en het water, natuurlijk?’
‘Grapefruitsap, drie eieren, flink wat toast… doe overal maar veel van, behalve de bonen; die graag vervangen door twee tosti’s.
‘Dus een Engels ontbijt met worstjes, bacon en eieren, zonder bonen, twee tosti’s, grapefruitsap en flink wat toast. Wilt u een kan grapefruitsap of een glas?’
‘Doe maar een kan, en wel vers graag, niet die aangelengde ochtendurine van chemisch vernietigd grapefruitconcentraat.’
Hij kon het niet laten om zijn weerzin tegen deze oploslimonade, ongenuanceerd, en eigenlijk volkomen onnodig, aan te dikken.
‘Nee meneer ik zou niet durven. Wij serveren alleen verse producten,’ zei Paco met een brede grijns.
Hij begreep dat Dante niet arrogant deed en schatte hem in als iemand die hem een goede fooi zou geven. Dante knikte en Paco liep naar de bar om de bestelling door te geven. Even later bracht hij de koffie en het water, en melde dat het ontbijt over ongeveer tien minuten zou worden geserveerd. Dante zag nog enkele gasten het restaurant binnenkomen: twee mannen, waarschijnlijk ook betrokken bij het project, hoewel hij hen niet eerder had gezien; een gezin met vier jonge kinderen, opmerkelijk rustig; en een donkere man met de gelaatstrekken van een indiaan. Hij had ze vluchtig bekeken terwijl ze door de maître naar een tafel werden begeleid.
De donkere man werd aanvankelijk aan een tafel buiten Dante’s gezichtsveld geplaatst, zonder andere reden dan een evenwichtige verdeling van de gasten in het restaurant. Terwijl Dante het uitzicht bewonderde, hoorde hij stemmen achter zich. De man met het Indiaanse uiterlijk had het voorstel van de maître afgewezen en zelf een plek aangewezen waar hij wilde zitten, twee tafels van Dante vandaan. Hij liep, met de maître in zijn kielzog, langs Dante naar de tafel en nam plaats. Dante was licht verbaasd dat de man in een vrijwel leeg restaurant zo dicht bij hem ging zitten, maar het uitzicht was hier uitzonderlijk mooi, dus hij kon het zich enigszins voorstellen. Hij keek onopvallend nog eens naar de man. Zijn profiel deed denken aan een adelaar die over een canyon uitkeek. Vrijwel alle klassieke uiterlijke kenmerken van een inheemse bewoner van dit gebied waren aanwezig in deze statige verschijning.
Dante werd even afgeleid van zijn gedachten door het gebeeldhouwde gezicht van deze man, die hij van opzij bekeek.
Inmiddels werd zijn ontbijt geserveerd door Paco, die opvallend stil was na zijn aanvankelijke beleefde, amicale toon. Het viel Dante op dat Paco tijdens het serveren herhaaldelijk naar de man naast hem keek. Nadat alles was neergezet en Paco hem een smakelijk ontbijt had gewenst, liep hij naar de tafel van de man.
Paco vroeg in het Spaans of de man al iets wilde bestellen. Hij keek hem aan en antwoordde in een taal die Dante niet herkende, maar waarvan de klank hem deed denken aan de talen van de Inuit in Alaska. Paco vervolgde het gesprek in dezelfde taal. Een kort gesprek, met een toon die Dante niet kon plaatsen. Hij ging ervan uit dat het om de bestelling ging en zag Paco weglopen richting de bar.
Dante nam een hap van zijn besmeerde toast, die hij had volgestopt met de gebakken eieren en spek. Hij had altijd moeite met de etiquette tijdens het ontbijt, zeker als hij trek had. Gelukkig had hij geld genoeg om zich daar niet al te druk over te maken.
Tussen de happen door bestudeerde hij de man naast hem in zijn perifere zicht. Soms wanneer het beeld langzaam vervaagde aan de rand van zijn blikveld, leek hij daadwerkelijk te veranderen in een adelaar. Een eigenaardig verschijnsel, dat Dante wel grappig vond.
Net op het moment dat de adelaar langzaam weer in menselijke vorm verscheen op zijn netvlies, draaide de man zich naar hem toe.
Meldingen