De geur van gebakken spek en koffie verdrong de muffe ochtendwalm van een licht verlopen nachtclub, in een beruchte buitenwijk van Kingston, Jamaica.
Dante werd wakker van een explosie in een nabijgelegen hotel. Hij liep naar het raam en keek neer op een menigte van geschrokken mensen. Zo’n tweehonderd meter verder zag hij zwarte rook boven de daken opstijgen. Het raam zat dicht dus hoorde hij vrijwel niets van de straat. Alleen de sirenes die in de verte aanzwollen en langzaam de kamer binnen sijpelden, gaven het tafereel een geluidsperspectief. Dante schoof het raam open. De zwoele eilandwind streek over zijn gezicht.
Alsof de gordijnen van het toneel werden opgetrokken, kwam het spektakel tot leven. Hij rook de brandlucht, vermengd met de hem zo geliefde ochtendwind, en hoorde het tumult van beneden. Brandweer de politie, alles wat een sirene had, leek deze kant op te komen.
Door het lawaai heen klonk een hoog, schril gefluit dat hij herkende. Hij keek en zag Carlton, die hem met driftige gebaren naar beneden wenkte.
Dante had een appartement op de zesde verdieping en kon niet boven het rumoer van de straat uitkomen om te vragen waarom Carlton niet gewoon naar boven kwam. Carlton was niet de meest betrouwbare kennis van Dante, maar hij deed momenteel een klus voor Dante, dus kon hij hem niet negeren.
Hij had honger en was nieuwsgierig naar wat er buiten gaande was. Hij kleedde zich aan, pakte zijn vertrouwde Beretta en verliet de kamer.
Uit de lift stapte hij de lobby in, net toen Carlton door de draaideur naar binnen kwam. Zoals gewoonlijk keek Carlton alsof hij een lang geleden overleden familielid uit de dood had zien herrijzen. Met een brede grijns liep hij op Dante af.
Zijn wat sullige voorkomen en die eeuwige grijns waren het laatste wat velen hadden gezien voordat ze de pijp uitgingen.
‘Zo baas, u leeft nog? Gelukkig maar. Op mijn leeftijd wen ik slecht aan nieuwe mensen,’ zei hij met onnodig spot. ‘Maar serieus, ik dacht echt dat ze u te pakken hadden,’ vervolgde hij, terwijl de grijns verdween en plaatsmaakte voor een begripvolle blik, zonder ironie.
‘Nee ik leef nog, geen idee wat er aan de hand is. Hoop herrie, dat wel. Moet een flinke bom zijn geweest. Weet jij meer?’
‘Aanslag op een ambassadeur, hoorde ik. Turks geloof ik Geen idee, kom ook net uit mijn bed.’
‘Kom, dan gaan we kijken.’ Dante liep naar de uitgang en stapte door de draaideur. Buiten rook hij gelukkig vooral de frisse ochtendlucht.
Carlton was achter hem aan gelopen. ‘Hierheen baas, mijn auto staat in de straat hierachter.’
‘Nee gek, het is vlakbij. We gaan lopen.’
‘Ja baas… is dat wel verstandig? Er zijn flink wat mensen naar je op zoek, onder andere de politie. Low Profile, baas, dat is wat u moet doen.’
‘Waarom noem je me steeds “baas”, mafkees. Ik ben je baas niet.’
‘Bedoel er niks mee, boss, gewoon een uitdrukking. Ik zal u voortaan Mr. Ellis noemen, met de nadruk op Mr.,’ zei hij met de vertrouwde brede grijns.
Dante kende Carlton, gek genoeg, al idioot lang. Ze hadden elkaar voor het eerst ontmoet op de lagere school.
Dante was de zoon van een hoog geplaatste diplomaat van adellijke afkomst. De familie aan zijn vaders kant had in de loop der eeuwen een onvoorstelbare rijkdom vergaard, onder andere met slavenhandel en de verkoop van suiker. Suiker die werd geproduceerd op plantages in Jamaica. Maar, het moet gezegd, dat was slechts een klein deel van hun inkomsten. Aanzienlijk, zeker, maar klein in verhouding.
Een van zijn verre voorouders, over-over-over-en-nog-verder grootvader Ellis, had ooit, zeg maar voor een habbekrats, enorme stukken woestijn gekocht. De man leed aan een gevorderde vorm van reuma en had ontdekt dat de warme, droge lucht wonderen deed voor zijn gewrichten. In dat vochtige moeras waar hij vandaan kwam, verging hij van de pijn. De woestijn was zijn toevlucht, en, zoals later bleek, de bron van een fortuin.
Oude Ellis hield als geen ander van Engeland, maar was zich ook pijnlijk bewust van wat het vochtige, koude klimaat met zijn gewrichten deed. Het toeval wilde dat juist datzelfde stuk woestijn, zo’n honderd jaar later, vol bleek te zitten met het toen al veelbelovende zwarte goud. De familie Ellis werd er onbeschrijfelijk rijk van.
De moeder van Dante kwam uit de Jamaicaanse upperclass. Haar familie bezat diamantmijnen over heel de wereld. In het begin was er wat gedoe geweest over hun etnische achtergrond, van beide kanten, maar de overweldigende rijkdom van de families had deze discussie snel doen verstommen.
Zijn moeder was een schoonheid, met een Pakistaanse vader en een Jamaicaanse moeder. Ze had theoretische kwantummechanica gestudeerd en Dante’s vader ontmoet tijdens een academische bijeenkomst aan de University of the West Indies. Zijn vader doceerde daar International Political Economy. Ze waren halsoverkop verliefd geworden, alleen niet op elkaar. Pas na de nodige teleurstellingen vonden ze elkaar om te herkennen wat ze altijd al wisten.
Een samenloop van omstandigheden die moeilijk te omschrijven viel — soms valt het lot samen met de wens. Hun onverwacht diepe en gelukkige relatie leidde tot de geboorte van drie kinderen. Het oudste kind overleed tragisch op zeer jonge leeftijd. Een verlies dat zijn sporen had nagelaten bij zijn ouders, maar niets afdeed aan de diepte van hun liefde, voor elkaar en voor Dante en zijn zus.
Dante groeide op onder uitzonderlijke gelukkige omstandigheden. Hij was de oudste van de twee overgebleven kinderen. Zijn overleden broer was zijn tweelingbroer, maar hij had geen enkele herinnering aan hem. Op tweejarige leeftijd was het kind, Dario, onder raadselachtige omstandigheden in een vijver beland en verdronken.
Ook op latere leeftijd kon Dante zich niets van zijn broer herinneren, iets wat hem altijd heeft verbaasd. Zijn jongere zus, Diana, was en is zijn grootste vriendin. En met haar had hij de gelukkigste twaalf jaar van zijn leven gedeeld.
Hun ouders waren er, tot op zekere hoogte, in geslaagd de kinderen te beschermen tegen de vervormende kracht van de macht en rijkdom die hen omringde. Bij Diana was dat beter gelukt dan bij Dante.
Hij was van nature competitief en kon zich met een autistische intensiteit focussen, zonder last te hebben van de sociale tekortkomingen die daar meestal mee gepaard gaan. Al snel realiseerde hij zich dat hij, met zijn uitzonderlijke intelligentie, aangeboren charme en zijn afkomst zich veel kon veroorloven. Daar maakte hij op jonge leeftijd, bewust en onbewust, misbruik van. Enige arrogantie kon hem indertijd niet worden ontzegd.
Aangekomen bij het getroffen hotel bleek dit niet het doelwit te zijn geweest, maar de auto die voor de ingang stond. Van de auto was weinig over.
‘Dat is een flinke bom geweest, Boss!’ zei Carlton onverstoord.
Dante zweeg.
Ze werden door de politie op afstand gehouden. Dante kon duidelijk twee verminkte lichamen zien in het ontplofte wrak. Hij liep naar een van de agenten en vroeg of hij wist wat er was gebeurt. De man keek hem aan maar gaf geen antwoord op de vraag. ‘U moet naar achteren meneer,’ en wees hem gedecideerd terug de menigte in. Dante keek nog eens goed naar het morbide schouwspel en besloot dat er verder niets te zien viel.
‘Kom we gaan wat eten, waar staat die auto van je.
‘Dat is goed Boss. Klein stukkie lopen, staat bij jouw appartement om de hoek.’
Ze wrongen zich door de menigte terug naar het appartement, waar Carlton vooropging naar zijn wagen.
‘Waar gaan we heen Boss?’
‘Naar Rico, weet je waar dat is?’
‘Tuurlijk Boss, goeie keus.’
Rico, beroemd om het beste Engels ontbijt in Jamaica.
Dante had zijn jonge jaren, tot aan de middelbare school, doorgebracht op Jamaica. Daarna hadden zijn ouders hem naar een exclusieve kostschool in Zwitserland gestuurd, waar hij het gymnasium had doorlopen, gevolg door vierjarige studietijd aan de Universiteit van Oxford. Waar hij afstudeerde in wiskunde, scheikunde en economie.
De intensieve studiejaren hadden hem discipline bijgebracht, goede vrienden opgeleverd en geleerd wat hard werken betekende. Zijn zus, anderhalf jaar jonger dan hij, was in dezelfde periode afgestudeerd aan Harvard — zij had zich beperkt tot Theoretische Natuurkunde en rechten.
Beide waren toe aan een lange vakantie. Samen met zijn zus en een tienkoppige crew had hij, op het familiezeiljacht, de wereld rondgezeild. Dit avontuur had de band met zijn zus nog hechter gemaakt en, ondanks dat hij zielsveel van zijn zus hield, had hij juist daarom besloten daarna alleen verder te gaan. Hij had per motor, met behulp van een creditcard, vrijwel alle continenten doorkruist, en was na een tocht van tweeënhalf jaar teruggekeerd op zijn geliefde eiland.
Zijn Engelse afkomst had hem doen verlangen naar een stevig ontbijt, bij voorkeur een traditioneel Engels ontbijt.
Carlton reed als een idioot door de straten van Kingston.
‘Wat ben je aan het doen mafkees? Had je het niet over een low profile? Rustig aan.’
‘Sorry Boss, maar is een toffe wagen man, gaat als een straaljager. Je moet straks effe een stukkie rijden, dan weet je waarom.’
Carlton nam gas terug en reed rustig verder, richting Rico.
Dante had nog een andere reden om naar Rico te gaan. Niet ver van het restaurant had hij om elf uur een afspraak. Hij wist niet met wie, maar wel met welke organisatie.
Verleden week was hij aangevallen door twee mannen. Hij vermoedde dat het een waarschuwing was geweest, geen poging om hem te doden. De boodschap was aangekomen, alleen hadden beide mannen het bericht niet overleefd.
Zelfs de rijkdom en de macht die Dante bezat kon hem niet beschermen tegen deze dreiging. Er is altijd wel iemand sterker, machtiger of in dit geval gewelddadiger.
In zijn familie werd geweld niet geschuwd, maar het maakte al decennia geen deel meer uit van de bedrijfsvoering. Hun invloed op politiek gebied was aanzienlijk, lokaal, nationaal en internationaal, en zeker niet zonder strijd tot stand gekomen. Maar de mensen met wie hij nu te maken had speelden het spel op een terrein dat hij niet kende.
Enkele maanden geleden had hij bezoek gekregen van een zekere Robert.
de burgemeester van Kingston had hem voorgesteld aan deze Robert, op verzoek van een louche geldschieter die hem had geholpen bij zijn herverkiezing.
Die hulp was niet alleen in de vorm van geld gekomen. Het had geleid tot intimidatie en geweld tegen zijn grootste tegenkandidaat, en haar medestanders. Zijn herverkiezing was gelukt maar de prijs was hoog: de burgemeester was nu een speelbal, een weerloos slachtoffer gevangen in een web van chantage.
De beste man kon geen kant op. Tot zijn verbazing had hij daarna alleen wat kleine, legitieme verzoeken gekregen van de geldschieter. Het enige wat hij van hem leek te willen, was dat hij hem aan zoveel mogelijk mensen introduceerde, onder andere aan Dante. Hij begon te geloven dat het allemaal nogal meeviel en dat hij zich misschien te veel zorgen had gemaakt.
Hij had er een slecht gevoel bij gehad om deze Robert aan Dante voor te stellen, maar hij had geen keus. Wel had hij vooraf een gesprek met Dante gehad waarin hij de situatie had uitgelegd. Hij had van Dante misschien wel net zoveel te vrezen, dus om zich in te dekken moest hij voorzichtig zijn en open kaart met hem spelen. Hij had hem verteld wat de geschiedenis was met deze man, en dat hij had ontdekt dat de man was gelieerd aan een machtige organisatie.
Deze organisatie had vele connecties met corrupte regimes over de hele wereld en was gespecialiseerd in het laten verkiezen van hun favoriete politieke leider in nog onstabiele democratieën. Dit werd later terugbetaald doordat alle overheidscontracten in eerste instantie werden voorgelegd aan deze organisatie, die ze vervolgens liet uitvoeren door bedrijven die gelieerd waren aan de organisatie. Alles op papier, rechtmatig voor de lokale wet, transparant en legitiem.
Dante was niet erg blij geworden van deze onthulling en had dan ook in eerste instantie geweigerd om met deze man een afspraak te maken. De burgemeester had hem haast smekend verzocht toch een ontmoeting met deze Robert te overwegen, al was het maar om uit te vinden wat de man wilde. De burgemeester had begrepen dat de afspraak gemaakt móést worden, anders zou hij een probleem hebben.
Uiteindelijk was Dante akkoord gegaan met de afspraak, die werd gepland in het kantoor van Dante, een week na het gesprek met de burgemeester.
Bij binnenkomst van deze Robert gingen alle alarmbellen die Dante bezat tegelijk rinkelen. Niets aan deze man was betrouwbaar, zelfs zijn op maat gemaakte pak had een niet te vertrouwen snit. Wat een boef.
Robert stelde zich voor als Robert de Canté.
‘Goedendag Mr.Ellis, mijn naam is Robert de Canté, een inwoner van Chicago en van oorsprong Frans staatsburger. Ik neem aan dat onze beste Burgervader u al het een en ander over mij heeft verteld. In ieder geval heeft hij mij veel over u verteld en Ik heb begrepen van mijn goede vriend dat u zo’n beetje alle interessante plekken op dit prachtige eiland bezit,’ zo begon hij het gesprek.
Dante vond het een beetje overdreven, maar bedacht zich dat hij dat zelf eigenlijk ook wel vond. Het was een prachtig eiland, en hij bezat veel grond.
Robert probeerde nog wat plichtplegingen, maar Dante, die al weinig zin had in het gesprek, vroeg hem naar de reden van de afspraak. ‘U bent een direct persoon mr. Ellis. Maar goed, u heeft gelijk laten we onze dure tijd niet verspillen aan ongemeende vriendelijkheden. Het is ons…’
Dante onderbrak hem met de vraag wie ons was.
‘De organisatie waarvoor ik werk is een overkoepelend orgaan van een paar honderd zelfstandige bedrijven, waaronder enkele zeer grote namen die u ongetwijfeld kent. We hebben weinig van doen met hun bedrijfsactiviteiten, maar wij behartigen hun belangen op het gebied van geopolitieke mogelijkheden.
Als ik een voorbeeld mag schetsen: stel u voor dat een bepaald bedrijf een specifieke infrastructuur nodig heeft om in een willekeurig onderontwikkeld land aan de slag te kunnen. Wij bieden dan de dienst aan om de nodige aanpassingen te stimuleren bij de huidige, of toekomstige, machthebbers van dat land.’
‘Het voordeel van deze overkoepeling is, zoals u ongetwijfeld zult begrijpen, dat wij, op verzoek van welk bedrijf dan ook, vrijwel elk project volledig kunnen invullen met onze expertise op het gebied van beveiliging en wereldwijd transport. Elk bedrijf waarvoor wij werken kan zijn diensten of producten overal ter wereld exploiteren, zonder tussenkomst van ongewenste belanghebbende.’
Nu is één van onze tekortkomingen dat we in deze regio, het Caribisch gebied, ondervertegenwoordigd zijn in de havensector. Hierdoor moeten we te vaak uitwijken naar Amerika of Florida in het bijzonder.
Wat we graag willen, is hier een nieuwe haven aanleggen waar wij onze schepen kunnen laden en lossen. U begrijpt dat dit een miljardenoperatie is die uw eiland veel geld en werkgelegenheid zal opleveren.
Het was voor uw burgemeester, ondanks dat we toen nog niet definitief besloten hadden om hier mee aan de slag te gaan, een van zijn onuitgesproken beloftes, waar iedereen het over had en die naar alle waarschijnlijkheid de reden is geweest voor zijn herverkiezing.
Nu is de plek waar we graag aan de slag gaan onderdeel van uw bezit, of in dit geval van de familie.
Hij keek Dante veelbetekenend aan en vervolgde zijn betoog:
‘Het gebied waar we geïnteresseerd in zijn, ligt in het Hellshire Hills. Ik heb begrepen dat een groot gedeelte van dit gebied in handen is van de familie Ellis. We weten dat dit gebied officieel beschermd natuurgebied is, onderdeel van de Portland Bight Protected Area, maar indien mogelijk willen we toch graag bekijken wat de mogelijkheden zijn om daar, onder het mom van welke weldadige doel dan ook, een haven te bouwen.’
Dante begreep waar het over ging, hij had de verhalen over dit monsterproject tijdens de verkiezingen ook meegekregen, maar had deze geruchten afgedaan als verkiezingsretoriek. Het idee op zich was niet slecht, ware het niet dat de beoogde locatie midden in een uitzonderlijk mooi natuurgebied lag. Bovendien had Dante grote twijfels over de werkelijke beweegreden om juist in zo’n afgelegen gebied een haven te realiseren.
‘Dat lijkt mij geen goed idee Robert. Ik heb geen idee wat voor organisatie u representeert of, wat de naam is van deze organisatie, maar ik krijg niet de indruk dat het een milieuorganisatie is.
Ik kan mij geen enkel scenario voorstellen waarin er toestemming zou worden gegeven om op deze plek te gaan bouwen. Zelfs als het op nationaal niveau zou worden goedgekeurd kunt u ervan uitgaan dat dit internationaal bekend zal worden. Dan krijgt u alle bestaande milieuorganisaties over u heen. Organisaties die tegenwoordig meer macht hebben dan menige nationale regering.
En ik moet zeggen dat ook ik geneigd ben geen inbreuk te willen doen op dit prachtige deel van het eiland. Ik zie dan ook geen enkele reden om mijn familie met dit verzoek lastig te vallen. Dus als u het niet erg vindt, ga ik weer verder met mijn werk en wens ik u een goede dag verder.’
Robert keek hem aan met zijn kleine, dicht bij elkaar staande ogen in een verder niet onaantrekkelijk maar onbetrouwbaar gezicht. Hij ging niet in op de vraag naar de naam van de organisatie en vervolgde:
‘Hm, dat is niet helemaal wat ik van dit gesprek had verwacht. Maar als dit is hoe u over deze zaak denkt, dan zijn we voor nu inderdaad uitgesproken. Wat ik u nog wil meegeven, is dat de raad van bestuur die mij met dit verzoek naar u heeft gestuurd, net als ik, er veel aangelegen is om met u tot een overeenkomst te komen. Maar goed, geen man overboord. Ik wens u eveneens een goede dag.’
Dante voelde de onderliggende dreiging in de woorden van Robert, maar koos ervoor daar geen aandacht aan te besteden. Hij schudde de man de hand en keek hem na terwijl hij naar de deur van het luxueuze kantoor liep. Op het moment dat Robert de deur opende, draaide hij zich nog even om.
‘Tot ziens, Mr Ellis.’
Dante had de boodschap de eerste keer al begrepen.
Meldingen