Hoofdstuk 7

‘Ja, daar komt het wel op neer,’ beaamde Altero. ‘Misschien iets te stellig. Laten we eerst vaststellen of hij daadwerkelijk daar is en wat de status is van de veronderstelde invloed. Volgens onze DOZ  mag u er vrijwel zeker van uitgaan dat hij zich daar bevindt en dat hetgeen ik u heb verteld ook daadwerkelijk klopt. Zoals ik al heb aangegeven, ontbreekt echter ondubbelzinnig bewijs dat dit alles zich op deze planeet afspeelt. Trucq zelf is niet waargenomen, maar afgaande op de rapportages van de DOZ-agenten bestaat er binnen de dienst geen enkele twijfel over zijn aanwezigheid, noch over die van de Orde.’

‘En wat kan ik van die Olhur verwachten?’ vervolgde d’Ell-eri. ‘Wat u over haar hebt verteld klinkt nogal vaag, zeker in combinatie met de andere agenten. Over hoeveel verdwenen agenten hebben we het eigenlijk?’

‘Ja, dat is inderdaad een eigenaardige zaak, en ik kan u daar ook niet veel meer over vertellen dan wat ik al heb gezegd. Tot nu toe was ze zeer loyaal aan het regime. Ik ken haar goed en heb nooit enige twijfel over haar gehad. De andere, vijf in totaal, hebben eveneens een onberispelijke staat van dienst. Ik ken er twee persoonlijk en hoewel ik deze operationele medewerkers minder goed ken dan Olhur, had en heb ik alle vertrouwen in hen. Neemt niet weg dat we inmiddels al zeker een jaar niets van hen hebben vernomen. Olhur heeft haar laatste bericht ongeveer een half jaar geleden verstuurd, naar de toen nog operationele communicatie-installatie op de aardse maan. Wat de GOPW niet weet, en wat we ook graag zo houden, is dat we op redelijke afstand, in een naburig onbewoond planeetstelsel, nog een communicatiesatelliet hebben hangen waarvan Olhur op de hoogte is. Ze had dus nog steeds de mogelijkheid om met ons communiceren, op relatief korte afstand. Wat ze niet heeft gedaan. Uiteraard zal ik ervoor zorgen dat alle informatie die we hebben met u wordt gedeeld. Mocht u besluiten deze zaak te aanvaarden, dan zal ik de officier die deze missie tot dusver heeft geleid, contact met u laten opnemen.’

‘Ik ga over uw verzoek nadenken,’ zei d’Ell-eri. ‘Ik ben u dankbaar voor het in ons gestelde vertrouwen en zal u binnen drie dagen mijn antwoord geven.’

Altero, die dit antwoord niet had verwacht en het eigenlijk ook niet kon accepteren, viel even stil.

‘U begrijpt dat hetgeen ik u zojuist hebt verteld grote gevolgen kan hebben voor de positie van Huije in de GOPW. Ik kan u niet dwingen deze opdracht te aanvaarden, maar met het oog op de mogelijke gevolgen, mocht deze informatie in verkeerde handen vallen, moet ik toch benadrukken dat het verstandig is te voorkomen dat wij tegenover elkaar komen te staan.’

d’Ell-eri keek hem geërgerd aan. ‘Laten we onze mogelijke samenwerking niet beginnen met loze dreigementen. U heeft mijn woord dat er nooit iets van dit gesprek naar buiten zal komen. U krijgt uw antwoord binnen drie dagen. Beste Veg-hel, wil jij de ambassadeur begeleiden naar zijn schip? U mag natuurlijk ook hier mijn antwoord afwachten, u bent welkom.’

Altero had moeite zijn irritatie te verbergen, maar zei dat hij, in afwachting van d’Ell-eri’s antwoord, beter kon terugkeren naar Huije. Daar diende nog het een en ander te worden voorbereid met betrekking tot de geplande festiviteiten ter viering van een van de vele nationale feestdagen.

d’Ell-eri kon zijn antwoord doorgeven via een speciale kwantumfrequentie die uitsluitend voor Altero beschikbaar was. Daarmee besloot hij het consult en draaide zich om richting de deur. Nog voordat hij zich volledig had omgedraaid, vroeg d’Ell-eri zich hardop af of Altero geen mensen kende die in deze tijd op Aarde waren opgegroeid.

d’Ell-eri wist dat de GOPW speciale projecten had opgezet om entiteiten van R-rated planeten voor te bereiden op het reglement van de GOPW. De R staat voor Revolutionized. Hij wist ook dat de “standaard van vooruitgang”, voordat daadwerkelijk werd overgegaan tot het “ontvoeren” van individuen, hoger lag dan het niveau waarop de mensheid op Aarde zich op dit moment bevond — althans, dat was zijn inschatting.

Normaal gesproken zou de mensheid, gemeten op de “tijdschaal van ontwikkeling”, inmiddels ver voorbij de fase van fundamentele conflicten moeten zijn, maar nog ver verwijderd van de vereiste ijkwaarde: een gemiddeld begrip-IQ van honderdzestig. Daarbij heb ik het niet over de op Aarde gebruikte standaard, maar over de door de GOPW gehanteerde maatstaf voor wat een bevolking als een collectief kan begrijpen.

Altero kon hem daar niet bij helpen. Er waren wel enkele individuen door de DOZ voor onderzoek geïnterneerd, maar deze waren op verzoek van de GOPW weer teruggebracht naar Aarde.

d’Ell-eri stond op van achter zijn bureau en stak zijn hand uit om het afstandelijke gesprek nog enige warmte mee te geven. Tenslotte was Altero een klant, en mogelijk zelfs een belangrijke. Altero leek een vergelijkbaar gevoel te hebben en nam de uitgestoken hand aan. Op dat moment schoot mijn naam door het hoofd van d’Ell-eri.

‘Volgens mij kennen wij een mens, Veg,’ zei d’Ell-eri tegen Veg-hel, nadat deze was teruggekeerd van het begeleiden van Altero naar het transitplatform.

‘Ja, dat dacht ik ook,’ beaamde Veg-hel. Hij had de link naar mij meteen gelegd, maar wilde zich niet in het gesprek mengen. Hij wist dat d’Ell-eri op dezelfde gedachte zou komen, misschien iets later, nadat die niet al te efficiënte klomp grijze materie alles op zijn belachelijk langzame manier had verwerkt. Veg-hel had geen hoge pet op van de mentale capaciteiten waarover biologisch gefabriceerde wezens beschikten. d’Ell-eri was uitzonderlijk, maar soms ging zelfs hij te langzaam voor Veg-hel.

En zo is het gekomen dat Veg-hel via een intergalactische verbinding contact met mij opnam en mij uitnodigde mee te gaan naar mijn geboorteplaneet.

Ik had een week nodig om lopende zaken af te handelen mijn reis voor te bereiden. Veg-hel had aangegeven dat er geen haast bij was, mocht ik besluiten mee te gaan. Hij had een kort verslag gegeven van het onderhoud met Altero, zonder daarbij informatie prijs te geven over het doel van de  onderneming. Tot mijn verbazing benadrukte hij dat ik er gerust wat langer over mocht doen om hier te komen, omdat d’Ell-eri had besloten Altero langer te laten wachten dan noodzakelijk.

Er waren vier dagen voorbijgegaan zonder dat d’Ell-eri een antwoord had gegeven. Het verhulde dreigement van Altero was hem in het verkeerde keelgat geschoten en hij wilde hem laten voelen dat hij niet onder de indruk was.

Altero was ondertussen behoorlijk geïrriteerd geraakt en had al twee keer geprobeerd contact op te nemen met d’Ell-eri. Deze had niet gereageerd, maar wel op zijn antwoordapparaat een boodschap ingesproken dat hij later terug zou bellen — behalve als de beller Altero heette; dan kon hij niets beloven. Zelfs Veg-hel, met zijn beperkte gevoel voor humor, had bij het tweede belletje even moeten grinniken.

Op dag vijf kon Altero zich niet langer beheersen en dreigde op een zeker moment met de vernietiging van de gehele maan als hij niet zeer spoedig antwoord zou krijgen. Het vermogen tot empathie was bij Veg-hel niet veel beter ontwikkeld dan zijn gevoel voor humor, maar hij kreeg zo langzamerhand een zeker gevoel van medelijden voor deze reuze kwezel. Hij stond erop dat d’Ell-eri nu toch echt contact zou opnemen.

En zodoende bracht d’Ell-eri net op tijd het goede nieuws aan Altero dat hij de opdracht zou aannemen. Deze was zwaar aan het twijfelen geraakt of hij wel de juiste beslissing had genomen om deze arrogante kwast in te schakelen bij zo’n delicate zaak. Tegelijkertijd wist hij dat er geen betere detective in het heelal te vinden was en dat hij bovendien niet direct kon terugvallen op zijn eigen geheime dienst.

De gebeurtenissen op Aarde hadden te veel impact op het moreel van de bevolking van Huije en hij had gemerkt dat, ondanks dat zelfs hij niet al te veel informatie had ontvangen over die gebeurtenissen op aarde, er wel betrekkelijk veel speculatieve informatie in de media was terechtgekomen. Hij wilde dat de zaak zo discreet mogelijk werd opgelost, zonder verdere bemoeienissen van andere Bruïsen.

Ten tijde van het verzoek van Veg-hel was ik bezig met de voorbereiding van—hoe toevallig—een traktaat over mijn prachtige geboorteplaneet, specifiek gericht op het tijdsgewricht van mijn afwezigheid. Tot aan 1869 had ik een groot deel van de geschiedenis zelf meegemaakt of op school geleerd. Ik ben een liefhebber van lezen en had, de jonge leeftijd waarop ik vertrok in ogenschouw nemend, al een aanzienlijk aantal boeken gelezen, waarvan een groot deel over de aardse geschiedenis. Via via was ik op het spoor gekomen van een Meniscus die zijn visie op de Aarde had gericht.

Een Meniscus is een tijdsgewricht. Een vreemd soort wezen dat eigenlijk niet bestaat en op momenten ook weer wel. Deze in het bijzonder was wel heel eigenaardig. Je kunt ze niet echt levend noemen. Het is een kruising tussen een tijdkijker en een biologische recorder. Het kan zich focussen op een object en zich daar, met grote concentratie, naartoe verplaatsen om zodoende alles van dichtbij vast te leggen.

Vrijwel altijd gebeurt dit in opdracht, maar dit Meniscus apparaat/entiteit  had zichzelf(althans daar ging ik van uit), enkele jaren vóór mijn kennismaking met ‘het’ toegelegd op het aanschouwen van de Aarde. De reden daarvoor bleef mij volledig onduidelijk en was moeilijk te ontfutselen aan het apparaat, ding, wezen. Ik had beter mijn best kunnen doen, maar dan had ik het open moeten maken. Het was mij onduidelijk of dat een misdaad zou zijn of slechts een demontage.

Bijna niemand wist van het bestaan van deze creaturen, laat staan waarvoor ze konden worden gebruikt. Zul had ze ontdekt tijdens een van zijn vele reizen, of beter gezegd: ze hadden zich aan hem onthuld en hun waarde geopenbaard. Met de informatie die deze Meniscussen hem brachten, kon hij zijn verhalen verder uitdiepen en bovendien sneller bepalen of hij ergens naartoe moest gaan om de gebeurtenissen uit eerste hand te ervaren.

Sluit je aan bij onze verhalencommunity!

Word onderdeel van onze groeiende community van verhalenliefhebbers. Deel jouw passie voor schrijven, ontdek nieuwe verhalen en laat jouw stem horen. Samen maken we deze plek uniek en inspirerend. Meld je vandaag nog aan!