Yasmin nam plaats naast Jojo.
‘Een hele goede avond gewenst, mevrouw, mijn naam is Joyo Saputra,’ zei hij, terwijl hij zijn hand naar haar uitstak. Yasmin schudde die met een warme glimlach. Ze kreeg meteen een goed gevoel bij deze oudere man en stelde zich hartelijk voor als Yasemin Aydın.
Iedereen noemde haar altijd Yasmin; voor het gemak liet ze de correcte uitspraak meestal achterwege. Bertus hoorde voor het eerst haar echte naam en voelde zich nogal lomp voor het nalaten van die nuance. Hij nam zich voor om haar naam voortaan goed uit te spreken.
‘Waar wil je naar toe Yasemin,’ zei hij ongewild iets te genuanceerd.
‘De Rozentuin 45,’ gaf ze als antwoord.
Bertus wist waar hij heen moest en gaf gas.
‘Heeft u geen haast meneer,’ vroeg Yasemin aan Yojo. ‘Ik vind het heel vriendelijk van u, maar ik wil u niet tot last zijn.’
‘Welnee,’ antwoordde Joyo, ’ik ben Bertus aan het overhalen om mij naar een ongewone bestemming te brengen, en hij heeft nog wat tijd nodig om nee te zeggen. Dus maakt u zich geen zorgen. Ik hoop dat de Rozentuin mij een bevredigend antwoord gaat opleveren.’
Bertus grinnikte kort, maar zijn gedachten keerden al snel terug naar het absurde verzoek.
‘Een ongewone bestemming?’ vroeg Yasemin. ‘Misschien een beetje brutaal, maar mag ik vragen wat deze bestemming is?’
‘Natuurlijk mag u dat. Ik heb Bertus gevraagd mij naar mijn geboorteplaats te brengen. Dat betekent, zeker op mijn leeftijd, meer dan zomaar een rit. Hij zal van alles moeten regelen en hopen dat ik onderweg niet ziek word, of erger. Maar ik verzeker u dat ik nog in blakende gezondheid verkeer. In dat opzicht hoeft hij zich weinig zorgen te maken.’
Bertus begreep dat Joyo tegen hem sprak en niet direct tegen Yasemin.
‘Uw geboorteplaats?’ vroeg Yasemin. Het was duidelijk dat Joyo van Indonesische afkomst was, en ze was erg benieuwd naar het antwoord. Het kon natuurlijk gewoon Assen zijn of een andere plaats in Nederland waar veel Molukse mensen woonden.
‘Ja, ik ben geboren in Masohi, op het eiland Seram. Ik verlang ernaar terug te keren . Ik droom er al jaren van. In mijn dromen is het net zo mooi als u bent. Alhoewel ik u op dit moment mooier vind dan welke plek dan ook op deze wonderbaarlijke planeet.’
Yasemin was even van haar stuk gebracht door het compliment. Er zat niets erotisch in; het klonk eerder als een constatering van haar esoterische aanwezigheid. Ze vermoedde dat het slechts deels te maken had met haar fysieke verschijning, waarvan ze wist dat die op mannen, en soms ook op vrouwen, een betoverende uitwerking had. Maar het was meer dan dat. Deze man leek iets anders te bedoelen.
Bertus moest weer grinniken. oude boef, dacht hij, hoe mooi kun je het zeggen.
‘Dat is wel een heel end,’ zei ze een beetje beduusd.
‘Waarom gaat u niet mee,’ vroeg de geamuseerde oude man.
Ze keek hem aan met een blik die Joyo verontruste.
‘Ik maak maar een grapje,’ haastte hij zich te zeggen. ‘Zelfs meneer Bertus neemt mijn verzoek niet serieus. Mijn diepgaande verontschuldiging als ik u een ongemakkelijk gevoel heb gegeven. Dat was niet de bedoeling.’
Yasemin bleef stil — maar niet omdat ze zich ongemakkelijk voelde, zoals Joyo veronderstelde. Ze voelde dat het verlangen van Joyo om deze reis te ondernemen oprecht was, en vreemd genoeg wilde ze dolgraag mee.
Totaal belachelijk natuurlijk. Ze kende Bertus alleen van een paar korte gesprekken in de Oliebol, maar ze had volledig vertrouwen in hem. Dat was haar gave: ze kon mensen feilloos inschatten. Ze was hierin nog nooit teleurgesteld. En de oude man naast haar intrigeerde haar. Het avontuur lonkte, maar dit was zo absurd! Na een ongemakkelijke stilte kwamen ze aan bij het huis van Yasemin. Ze wilde wel iets zeggen, maar de gedachte aan de reis sloeg op haar stembanden; ze kreeg geen woord over haar lippen.
‘Het spijt mij oprecht dat ik u in deze situatie heb gebracht, ’verontschuldigde Joyo zich nogmaals. Het was nooit mij bedoeling om u met mijn wilde plannen te choqueren.
Eindelijk wist ze iets uit te brengen, voornamelijk om de oude man gerust te stellen. Ze zei dat ze zich in zijn geheel niet gechoqueerd voelde, maar dat het plan haar juist erg aansprak. Alleen had ze geen idee hoe te reageren, laat staan of het voor haar op enige wijze serieus uitvoerbaar was.
Yasemin was van Turkse afkomst, maar had haar ouders nooit gekend. Op jonge leeftijd was ze samen met haar oudere broer vanuit een weeshuis in Ankara naar Nederland verhuisd, waar ze beiden werden geadopteerd door buitengewoon lieve mensen die in alles hun echte ouders zouden worden. Haar broer was op jonge leeftijd bij een ongeluk om het leven gekomen. Sindsdien was ze, op haar ouders en een paar vrienden na, behoorlijk eenzaam. Ze had zich op de een of andere manier nooit helemaal Nederlands gevoeld. Er was altijd een sluimerend gevoel van ontheemding geweest, waarvan ze in het begin de oorzaak niet vermoedde. Naarmate ze ouder werd en de omstandigheden van haar aanwezigheid in dit mooie, natte landje beter leerde kennen, was ze ook steeds beter gaan begrijpen waar dat gevoel vandaan kwam.
Al deze gedachten spoorden als een TGV door haar hoofd en brachten haar steeds dichter bij een reactie die onmogelijk was. Ze had haar werk, haar ouders, en over twee weken ging ze met een nieuwe cursus beginnen. En laten we vooral de setting van deze reis niet uit het oog verliezen: Met twee oudere mannen door Europa, het Midden-Oosten, Azië en Indonesië reizen, naar een plek die voor haar verder geen enkele betekenis had.
Nee waanzin. Vergeet het Yasemine. Onzin.
‘We zijn er,’ zei Bertus en stapte uit om de deur voor haar te openen.
‘En, goed idee?’ vroeg hij met een ironische knipoog.
‘Eigenlijk best wel, maar ook niet,’ antwoordde ze.
‘Ja, dat heb ik nu ook al de hele tijd,’ lachte Bertus. ‘Het lijkt mij een geweldige reis, maar ook moeilijk uitvoerbaar.’
Joyo begreep dat zijn woorden uitwerking hadden gehad. Voor hem was het idee van de reis nog het meest reëel. Op de een of andere manier was hij overtuigd geraakt dat dit de enige manier was om naar zijn geboorteplaats terug te keren. En als dat in het gezelschap van deze twee mensen mocht gebeuren, dan zou hij, sinds tijden, de god dankbaar zijn waarin hij al lang niet meer geloofde. De kans dat zijn voorstel zou worden aangenomen was klein. Misschien Bertus, maar dat deze prachtige jonge vrouw ooit tot zoiets zou besluiten, kon hij zich niet voorstellen.
Yasemin draaide zich om naar Joyo, bedankte hem voor het voorstel en wenste hem een goede reis, ooit.
Ze stapte uit en keek Bertus in zijn blauwgrijze ogen.
Bertus moest moeite doen om zijn ogen niet af te wenden van haar vragende blik.
‘Ga jij?’
‘Denk het niet. Zou niet weten hoe ik dat moet regelen met de centrale. Ze zullen het vast niet waarderen als de chauffeur met de auto een ritje gaat maken van twee of drie maanden. Hij moest lachen toen hij het voorstel door zijn hoofd liet spelen. Henk zag hem aankomen.
‘Mocht je je bedenken, laat het me weten,’ zei Yasemin, tot zijn verbazing.
‘Hoe bedoel je. Ben je serieus?’
‘Geef me je telefoon is.’
Bertus keek haar onnozel aan. Hij kon zich niet voorstellen dat ze het meende.
‘Je telefoon,’ herhaalde ze, dan geef ik je mijn nummer.’
Hij haalde zijn telefoon uit zijn zak en gaf hem aan haar.
Ze vulde haar naam en telefoonnummer in als nieuw contact en gaf de telefoon terug.
‘Ik hoor het wel.’
Meldingen