Bertus solliciteert

Bertus was onderweg naar zijn nieuwe werkgever. In een opwelling had hij gereageerd op een advertentie van de taxidienst ‘Henks Taxi Centrale’ beter bekend als de HTC.

Henk beschikte over vier taxi’s en twee schoolbussen, met drie vaste chauffeurs en een aantal parttimers. Door het onverwacht overlijden van Saïd, een goede vriend van Henk, die vanaf het begin van het bedrijf bij hem werkte, was hij genoodzaakt geweest de vacature te plaatsen. Saïd was tijdens een familiebezoek in Marokko overleden. Het plotselinge overlijden van zijn eenentachtig jaar oude vriend was bij Henk als een mokerslag binnen gekomen.

Iedereen kende Henk in de omgeving, maar niemand reageerde op zijn herhaaldelijk geplaatste advertenties in de streekkrant. Daarom had hij éénmalig een advertentie geplaatst in een wat grotere regionale krant, waarin Bertus de advertentie was tegengekomen.

Tijdens het telefoongesprek gaf Bertus aan dat hij voornamelijk in de avond en ‘s nachts wilde werken.
‘Dat komt goed uit,’ zei Henk, ‘want dat is  precies wat ik zoek.’

Saïd draaide de meeste avonddiensten, maar helaas…

Ze spraken af dat Bertus de komende woensdag een middagdienst zou meerijden. Dan was het meestal rustig, ideaal om het een en ander uit te leggen en om te zien wat voor vlees hij in de kuip had. Aldoende leert men, vond Henk.

Vanuit de stad was het een aardig eindje reizen naar het dorp waar Henk woonde. Henk zou hem om half twaalf oppikken bij het treinstation. De reis was geen probleem: de tram stopte voor deur en reed in vijf haltes naar het centraal station. Vandaar was het met de trein ongeveer twintig minuten naar zijn bestemming.

Bertus zag, nadat hij uit de trein was gestapt en de trap naar beneden was gelopen, een taxi staan op één van de parkeerplaatsen naast het kleine station. Aangezien het de enige taxi was, liep hij in de richting van de auto. Dichterbij komend kon hij beter zien hoe de persoon achter het stuur eruitzag.

Henk keek naar Bertus die na eerst wat rondgekeken te hebben resoluut naar hem toe kwam lopen De man zag eruit als een oud-commando, of in elk geval iets militairs: een groene legerjas, een nieuwe spijkerbroek en stevige schoenen, van die beslagen leren chopperboots. De nieuwe broek gaf volgens Henk aan dat de gast een goede indruk wilde maken, maar de jas en de schoenen vertelde hem dat hij ten alle tijden zichzelf zou zijn. Hij schatte hem, inclusief de schoenen, zo rond één meter negentig lang, en hij zag er mager maar gespierd uit.

Bertus liep naar de bestuurderskant van de auto en Henk liet het raam zakken.

‘Hé man, jij moet Bertus zijn,’ zei Henk joviaal.
‘Klopt,’ beaamde Bertus.
‘Mooi op tijd ook. Kom stap in.’

Bertus knikte en liep om de auto heen, naar de bijrijderskant.
‘Nee, jij rijdt,’ riep Henk hem achterna. ‘Kom, we gaan gelijk een klantje ophalen. Als het goed is, staat hij aan de andere kant van het station te wachten.’

Bertus keek wat verbaasd, maar draaide zich om en liep terug. Inmiddels had Henk zich uit de auto geworsteld, na een kort gevecht met minimaal vijftig overbodige kilo’s, en gaf Bertus een hand. ‘Leuk je te ontmoeten, kerel. Mijn naam is Henk de Tank,’ zei hij met een lach op zijn brede gezicht.

Bertus keek hem kort maar aandachtig aan en besloot dat hij voor nu deze man wel geschikt vond.
‘Bertus Olieslager maar dat wist je al. De Tank? Een bijnaam?’
Ík heet eigenlijk Henk Tank. Dus met een lidwoord, de Engelse uitspraak en een stevig postuur kom je al snel op “Henk de Tank”.’

Bertus grijnsde een beetje en stapte achter het stuur.

Henk, die graag de touwtjes in handen had voelde een lichte irritatie  opkomen door het dwingende gedrag van Bertus.
‘Ja stap in,’ zei hij sarcastisch.

Bertus startte de auto en gaf wat gas. Het was een vrij nieuwe Audi, mooie bak. Henk opende de deur aan de bijrijderskant en stapte in. Na wat kort instructies over de besturing,  waar alles zat, en de belofte om tijdens de rit uit te leggen hoe de meter werkte, reden ze weg.

Bertus reed naar de andere kant van het station, waar een korte, gezette, goedgeklede man in pak heftig naar hen wuifde. Het was inmiddels gaan regenen en de man had, zo te zien, geen paraplu. Bertus reed naar de stoeprand naast hem, waarna Henk uitstapte en de deur voor de man opende.

Hij plofte neer op de achterbank.
‘Net op tijd mannen,’ zei hij met een geaffecteerde stem. Hij zag eruit als een rijke goedzak met slimme pretogen.

‘Dat is ons moto meneer,’ zei Henk. ‘Waar gaan we naartoe?.
‘Wel, dat is een goede vraag heren. Ik moet naar een afspraak, maar heb bij nader inzien een te vage plaatsbestemming gekozen. Degene met wie ik de afspraak heb gemaakt, had het over een groot beeld bij een gracht in het centrum van de stad.’

‘Oh zei Henk dan weet ik het wel, is wel een stukkie rijden.’
‘Geen probleem beste man, we zitten immers droog! Op naar de bestemming zou ik zeggen.’

Henk voerde de bestemming in en zette de meter aan. Bertus luisterde naar zijn aanwijzingen die duidelijk maakte wat er nodig was om de meter aan- en uit te zetten en wat er zoal genoteerd diende te worden.

‘Nou eh, laten we gaan zou ik zeggen,’ beëindigde Henk zijn betoog. Bertus zette de automaat in drive en reed de kleine parkeerplaats af.

‘Ik begrijp dat het je eerste rit is?’ zei de gezette man op de achterbank.
‘Yep.’ zei Bertus.
‘Taxichauffeur, hoe kom je erbij beste man? Er moet toch wat beters te doen zijn’, zei de man nogal laatdunkend.
‘Is niks mee, een eerlijk beroep’ reageerde Henk. ‘U hebt het niet zo op taxichauffeurs?’.
‘Ach moeten er ook zijn’,  antwoorde de man ongeïnteresseerd. ‘Overal heen met de bus is ook zo wat’, vervolgde hij.

Henk keek achterom naar de man en glimlachte vriendelijk. Hij zag de wat rooddoorlopen ogen van de man en vermoedde dat hij op zijn minst aangeschoten was.
‘Gezellige borrel op de zaak’, vroeg Henk met een grijns.
‘Nou dat kun je wel zeggen vriend, en nog productief ook.’ De man keek voldaan uit zijn samengeknepen pretogen.
‘En waar moet ik dan aan denken, waarde man?’ vroeg Henk.
 ‘Als ik je dat vertel dan moet ik jullie beide vermoorden!’, zei de man aanstellerig.

‘ Jij, en?’ zei Bertus.
Henk grinnikte en maakte een vergelijkbare opmerking over de geloofwaardigheid van het gestelde vooruitzicht dat deze wat oudere, gezette man hen iets aan zou kunnen doen.
Henk draaide zich naar de achterbank en keek recht in de loop van een revolver.

‘Holy Fuck, mafkees wat gaan we doen? Ben je niet goed bij je hoofd ofzo?’, reageerde Henk geschrokken. De man keek hem aan en begon hard te lachen.

‘Dat is schrikken, toch?’ Hij stak de revolver terug in een holster onder zijn arm en zei: ‘Ja mannen ik denk dat het met wel zou lukken en misschien ook nog wel zonder hulp van mijn Glock, dreigde hij met een nauwelijks waarneembare verandering in de toon van zijn stem.

Bertus keek in de achteruitkijkspiegel en kon de linkerkant van het gezicht van de man achter Henk zien. De man zag er ineens heel anders uit; zijn gemoedelijk gezicht was veranderd in een masker dat weliswaar nog steeds vriendelijk lachte, maar weinig gemoedelijks uitstraalde.

‘Sorry mannen,  ik ben een beetje gespannen voor deze afspraak. Ik heb de persoon die ik ga ontmoeten nog nooit gezien. Het enige wat ik weet, is dat ik mijn hand in een wespennest heb gestoken, en onder dat wespennest zit de grootste winst die ik ooit heb gemaakt.’

‘Klink niet best,’  zei Bertus, die de man strak bleef aankijken in het zichtbare linkeroog. ‘Toch niets illegaals, hoop ik?’, nam Henk over.

‘Ach illegaal, wat is illegaal? Je moet een beetje creatief zijn in deze wereld. Kijk naar de natuur: er is geen roofdier dat een maal laat liggen uit piëteit voor de nabestaanden, of die niet alles in het werk zal stellen om een maal te roven van een zwakkere tegenstander. Als de natuur het voorbeeld geeft, wie zijn wij dan om dat tegen te spreken? Pakken wat je pakken kunt is het devies van onze schepper.’

De man vond zijn betoog erg grappig en lachte te hard om het geloofwaardig te laten klinken. ‘Wat zou er kunnen gebeuren dan?’, vroeg Bertus.
‘Hoe bedoel je beste man?’
‘Waarom ben je gespannen voor deze afspraak?’, verduidelijkte Bertus.
‘Moeilijk te zeggen, ik heb eigenlijk geen idee. Het is een gevaarlijke deal, dat wel, maar op zich zou ik me geen zorgen hoeven te maken.’

Bertus keek intussen op de navigatie en zag dat de rijtijd nog veertien  minuten was.
‘Da’s wel een beetje link, hè, zo’n gun ineens,’ zei Bertus terwijl hij de man strak in de achteruitkijkspiegel aankeek.
‘Maak je geen zorgen, ik weet wat ik doe’, zei de man geruststellend. ‘Ik ben opgeleid als commando en ben een groot liefhebber van wapens.’

‘Commando?, zei Henk. ‘Tijdje geleden alweer, denk ik zo.’
‘Hoezo?’, vroeg de man.
‘Je bent niet echt jong meer en ook niet echt topfit, zou ik zeggen, toch?’, antwoorde Henk. ‘Schijn bedriegt, maar geloof me: er is niet zo veel nodig om iemand pijn te doen of erger. Ik ken alle trucjes die je kunt bedenken en heb de meeste gebruikt. Ik leef nog steeds, dus kijk nog maar eens goed — eh, Henk was het toch?’

Henk keek met een spottende glimlach opzij naar Bertus, die de man nog steeds met een half oog scherp in de gaten hield.
‘Je had me al overtuigd met dat pistool van je, en anders kun je je tegenstander nog altijd in een coma ouwehoeren,’ zei Bertus.
‘Nou nou wat een praatjes voor een beginnende taxichauffeur’ zei de man, die nu toch wel op zijn minst irritant aan het worden was.

Henk voelde de spanning stijgen tussen beide mannen en zei vergoelijkend: ’We zijn bijna waar je moet zijn, dus laten we nog even genieten van de stilte.’

‘Goed idee dan kan je nieuwe mannetje zich focussen op de weg en de uitdagende taak om de weg te vinden via de navigatie.’  Grinnikend als een big, sloeg hij Bertus amicaal op zijn schouder. Bertus voelde zijn nekharen overeind komen, maar zei niets.

Na een ongemakkelijk kwartiertje waren ze bij het bedoelde beeld aangekomen. Bertus zette de auto langs de kant en zag op de meter dat de man hem vierentwintig euro en vijftig cent schuldig was. De man haalde uit zijn zak een rol met vijftigjes en gaf Henk er één van.
‘Hier, is goed zo. En zeg tegen je chauffeur dat hij op deze manier niet zo vaak zoveel fooi gaat krijgen.’

Wederom gaf Bertus geen reactie en keek hem nog even aan in de spiegel, waarna de man uitstapte en richting het beeld liep.

‘Nou gelijk een goed begin, wat een paardenlul. De meeste klanten doen beter hun best maar je hebt er eikels bij.’

Bertus was inmiddels een stuk verder gereden en stopte om de hoek, uit het zicht van de man. Hij zette de auto aan de kant en zei: ‘Henk, ik moet even een boodschap doen en wat regelen. Ben binnen vijf minuten terug’.

Voordat Henk iets kon zeggen, was hij uitgestapt en liep snel de hoek om, richting zijn afspraak.